| De artikelen geplaatst op de website van de NWP vallen inhoudelijk onder de verantwoordelijkheid van de betreffende auteur. De NWP is niet aansprakelijk voor schade of letsel die het gevolg is van het gebruik van de informatie uit deze artikelen. Bij gezondheidsklachten dient men altijd eerst een arts te raadplegen. |
Seminar ‘Lichaamsbeweging + eiwitinname = gezondheid’ door drs. Tom Fox
Georganiseerd door beroepsvereniging NWP en Bonusan
Lichaamsbeweging zorgt voor een goede gezondheid, dat is alom bekend. Maar weten we ook welk soort beweging hiermee wordt bedoeld? Of hoe vaak, hoe intensief en met welke regelmaat moet worden bewogen? Er zijn natuurlijk verschillen tussen oudere en jongere mensen – maar welke zijn dat precies? Is gezonde beweging voor mannen en vrouwen wel hetzelfde? En hoe komen we er eigenlijk achter wat de juiste bewegingsvorm is?
Eiwitten zijn absoluut van levensbelang. Wanneer onze voeding een tekort aan eiwitten bevat, leidt dit altijd tot fysiologische afwijkingen en uiteindelijk zelfs tot ziekte. Maar ook een overschot aan eiwitten levert geen gezondheidsvoordeel op. De vraag blijft dus hoeveel eiwitten we nu precies tot ons moeten nemen. Ook is het belangrijk om te weten welke voedingsbronnen we moeten gebruiken of juist beter kunnen mijden. Wat is daarin de juiste verhouding van eiwitten, koolhydraten en vetten? En bestaan er verschillen tussen eiwitten uit plantaardige en dierlijke voedingsbronnen?
De evolutie geeft antwoord op een deel van onze vragen. Verhoogde eiwitinname was voor Homo sapiens één van de belangrijkste stappen op weg naar het mens-zijn. Onze energiestofwisseling, het immuunsysteem, de weefselkwaliteit, orgaanfuncties en vooral de functie en grootte van onze hersenen is in hoge mate afhankelijk van de juiste hoeveelheid en het soort eiwitten in ons voedsel. Maar het belangrijkste is een goede verhouding tussen lichaamsbeweging en eiwitinname. Bij een hogere mate van lichaamsbeweging hebben we meer eiwitten nodig. Hoe meer eiwitten we consumeren, hoe groter de positieve invloed op vrijwel alle lichaamsfuncties, maar hoe meer er ook weer bewogen moet worden. In ieder geval is het positieve effect het grootst wanneer we de juiste eiwitten tot ons nemen.
Dit seminar biedt inzicht in de juiste verhouding tussen lichaamsbeweging en eiwitinname. Er wordt duidelijk getoond welke vorm van beweging en welke eiwitten een positieve invloed op ons lichaam hebben. Daarnaast worden er praktische handvatten aangereikt om met behulp van de juiste lichaamsbeweging en eiwitinname een goede gezondheid te realiseren.
Over de spreker
Tom Fox is heilpraktiker, psycho-neuro-immunoloog (MSc i.o.) en onderzoeker op het gebied van beweging en sport. Hij heeft de opleiding en vervolgopleiding 'Orthomoleculair therapeut volgens klinische PNI' succesvol afgerond. Tevens heeft hij de European Master of Science in klinische PNI aan de Universiteit van Gerona gevolgd. Sinds 2003 organiseert Tom de klinische PNI-opleidingen in Duitsland. Tevens geeft hij les in trainingswetenschap, voedingsfysiologie en klinische PNI.
Datum en locatie
Zaterdag 16 april 2011 van 14.00 tot 17.00 uur (ontvangst vanaf 13.30 uur) in Hotel Vianen in Vianen.
Prijs
Dit seminar is gratis toegankelijk voor NWP-leden. Niet-NWP leden betalen € 25,00 (excl. BTW). U ontvangt hiervoor een syllabus, deelnamecertificaat en monsterproduct. U kunt zich inschrijven door een e-mail te sturen naar info@bonusan.nl of te bellen naar (0186) 651 022.
Accreditatie
Accreditatie is bij diverse beroepsverenigingen aangevraagd. Accreditatie door NWP: 1,5 studiepunt voor alle licenties.
4-1-2011 Doorbraak voor revalidatie in 2011: oude mensen lopen beter na acupunctuur
Het klinkt te mooi om waar te zijn. Maar Duitse geriaters van een universiteitsziekenhuis toonden in een acupunctuur- en placebo-gecontroleerde studie aan dat echte acupunctuur op een acupunctuurpunt op het been de revalidatie van bejaarden significant beter gaat; het lopen ging met echte acupunctuur duidelijk en meetbaar beter. Een doorbraakstudie! Hiermee is wederom bewezen dat acupunctuurpunten een specifieke werking kunnen hebben, en dat het meer is dan zo maar wat in het wilde weg prikken! En dat in het Januari-nummer van het hoog aangeschreven medische tijdschrift voor revalidatieartsen, 'Arch Phys Med Rehabil' (Vol 92, January 2011)
Lees meer...
Benefyt is een Europese stichting die de belangen behartigt van de traditionele fytotherapie (zoals TCM, Ayurveda en andere). Het voortbestaan van deze disciplines wordt ernstig bedreigd door een aantal Europese wetgevingen die belangrijke beperkingen aan de farmacopea willen opleggen en het resterende deel aan buitensporige analytische eisen willen onderwerpen. Dit is zowel financieel als technisch onhaalbaar voor de sector en bovendien is het voor het gros van de producten totale ‘overkill’.
Benefyt verenigt een aantal bedrijven, beroepsverenigingen, instituten en individuele therapeuten die deze rampzalige maatregelen aanvechten, maar tevens een werkbaar alternatief willen formuleren teneinde een rechtvaardig statuut en rechtszekerheid te bekomen.
Daartoe heeft Benefyt een technisch en juridisch sterk onderbouwd voorstel uitgewerkt dat binnenkort aan de Europese Commissie wordt voorgelegd. Dit voorstel rust op volgende principes:
Het Benefyt voorstel moet wettelijk verankerd worden en vervolgens in het Europese netwerk en beslissingsniveau gesluisd worden. Europese advocaten en consulenten zijn echter niet goedkoop en deze fase kost dan ook handenvol geld.
Benefyt wordt reeds gesteund door een deel van de sector en een aantal belangrijke beroepsverenigingen en opleidingen.
Desondanks is er nog een groot tekort aan funding om onze inspanningen de volgende 2 jaar te kunnen volhouden. Daarom steken wij ook de therapeuten onbeschaamd de bedelnap toe. Indien u zich kunt vinden in de doelstellingen van Benefyt en zodoende uw discipline, uw beroep en uw rechtszekerheid wil vrijwaren, verleen dan uw steun aan Benefyt en stort uw bijdrage. U kunt de hoogte uw bijdrage zelf bepalen maar een minimum van 50 € is vereist.
Registreer uw via http://www.benefyt.be/doneren.html
Leden donateurs zullen via e-mail op de hoogte worden gehouden over de evolutie van onze werkzaamheden.
Tenzij uitdrukkelijk niet gewenst worden de namen vermeld op de website van Benefyt.
http://www.benefyt.be/belleden.html http://www.benefyt.be/nedleden.html
www.benefyt.eu info@benefyt.eu
Sinds 2007 bestaat het landelijk netwerk voor re-integratietherapeuten. Een initiatief om als therapeut in de zakelijke markt zichtbaar beschikbaar te zijn. Dat netwerk bestaat uit goed opgeleide, ervaren, proactieve therapeuten uit verschillende beroepsverenigingen, zoals NVPA en NVAGT. Ze ondersteunen elkaar in het verwerven van een plek in de zakelijke markt van re-integratie, ziekteverzuim en preventie. Het zijn therapeuten, die gemeenschappelijk hebben, dat zij een holistische visie hebben op persoonlijke ontwikkeling en op herstel. Therapeuten die weten, dat re-integratie meer inhoudt dan statistieken verbeteren door mensen aan het werk te zetten. Therapeuten die werken aan de voorwaarden om tot duurzame herinstroom in het arbeidsproces te komen. Therapeuten die re-integratiekandidaten helpen hun eigen kracht, motivatie en bezieling (weer) te vinden en persoonlijke belemmeringen aan te pakken. De reintegratietherapeuten zijn met elkaar verbonden en voor derden te vinden via een eigen
website www.re-integratietherapie.nl.
Ben je lid van een van de beroepsverenigingen van de NAP en de RBNG, dan wordt je uitgenodigd om aan dit netwerk deel te nemen.
De bedoeling van het landelijk Re-integratienetwerk:
Re-integratietherapie: “goed in je vel de arbeidsmarkt op”
Dat is de titel van de powerpoint presentatie, die de Brabantse afdeling van het netwerk maakte en waarmee alle leden hun voordeel kunnen doen, wanneer zij presentaties houden voor potentiële opdrachtgevers als UWV’s, gemeenten, reintegratiebedrijven en HR-bureaus.
Het is ook een slogan, die goed de lading dekt van àlle activiteiten die door re-integratietherapeuten worden ontplooid.
Samen sterk, sterk in werk
Het netwerk van re-integratietherapeuten is klaar om verder te groeien. De basis is gelegd. Hoe meer therapeuten zich aansluiten, hoe meer we landelijke dekking kunnen organiseren, hoe beter we ook nieuwe initiatieven kunnen ontplooien en ontwikkelingskosten kunnen dekken.
Juist nú is het van belang, dat re-integratietherapie meer zichtbaar en herkenbaar wordt voor alle betrokken partijen. Júist nu er tegenwind is in de branche; júist nu de politiek zich opnieuw zal moeten oriënteren; júist nu arbeidsmarkt en arbeidsdeelname in Nederland weer volop op de politieke agenda staat.
En daarom nodigen wij uit
Therapeuten die zich bezighouden met therapie in het kader van re-integratietrajecten en die lid zijn van beroepsverenigingen die aangesloten zijn bij koepels NAP en RBNG, nodigen wij uit zich te laten inspireren door de website www.re-integratietherapie.nl, voor informatie contact op te nemen met één van de deelnemers en actief aan te sluiten bij dit netwerk.
Deelnamekosten zijn minimaal; ze worden zo laag mogelijk gehouden (kostprijs).
Met collegiale groet,
De leden van het netwerk re-integratietherapeuten.
Overzicht van de inhoud:
Enquete Arts & Auto 2
Diagnose voorbehouden handeling? 2
Kwakzalverij in Rusland 2
Wie (onderzoek) betaalt, bepaalt 3
Helft ziektegevallen vermijdbaar 3
Onbedoelde schade in ziekenhuis 3
Huisarts die CAM gebruikt goedkoper 3
‘Onderzoek’ homeopathie 3
Ecodorpen als voorbeeld 4
Belgische actiegroep actief 4
Kruiden, planten, biodiversiteit 4
Nieuws kanker en ADHD 5
U kunt de gehele nieuwsbrief hier lezen (PDF bestand)
ROTTERDAM - Acupunctuur kan een baby die in een stuit ligt, helpen om te draaien. Dit concludeert onderzoekster Ineke van den Berg van het Erasmus MC.
Wanneer een baby tijdens de bevalling in een stuitligging ligt, dus niet met het hoofd maar met zijn achterwerk of voeten naar beneden, leidt dit tot risico's voor de gezondheid van de moeder en baby.
Uit het onderzoek van Van den Berg blijkt dat een bepaalde behandeling op een specifiek acupunctuurpunt ervoor kan zorgen dat de baby voor de bevalling 'spontaan' draait. Dit kan veilig en succesvol gebeuren in overleg met een verloskundige onder begeleiding van een acupuncturist.
Van den Berg concludeert - na een grootschalige analyse van onderzoekscijfers - dat het toepassen van de methode waarbij het acupunctuurpunt wordt gestimuleerd bij een zwangerschapsduur van 33 weken leidt tot beduidend meer hoofdliggingen (66 procent) tijdens de bevalling dan bij een afwachtende houding (34 procent).
Moxa-therapie
De therapie waarover het gaat heet Moxa-therapie. Deze therapie maakt geen gebruik van naalden, maar van een gloeiende Moxa-staaf. Dit is een rol aangestoken bijvoetskruid, die ongeveer een duimbreedte boven een specifiek acupunctuurpunt op de kleine teen wordt gehouden.
De stralingswarmte die van de rol komt, zorgt voor de prikkeling van het acupunctuurpunt. Na een introductie en instructie van de acupuncturist, kan de behandeling aan de partner van de zwangere vrouw worden geleerd. Daarna wordt de Moxa-therapie in de daaropvolgende twee weken door de partner thuis toegepast.
Van den Berg raadt aan deze therapie alleen toe te passen in overleg met de behandelend arts of verloskundige en met uitleg van een gediplomeerde acupuncturist.
Bron http://www.nu.nl/gezondheid/2403766/acupunctuur-helpt-bij-stuitligging.html
Kinderartsen werken samen met natuurgeneeskundigen in het spreekuur voor integrative medicine (IM) van het Slotervaartziekenhuis. Deze aanpak – ‘regulierplus’ – vergroot de keuzeruimte voor de patiënt, terwijl werkzaamheid en veiligheid de leidraad blijven.
Innoveren is vaak combineren. Dat is een reden om samenwerking met partijen buiten de reguliere zorgketen te stimuleren. Deze samenwerking doet recht aan de gezamenlijke drijfveer om de zorg voor de patiënt nog beter te regelen. Vanuit deze gedachte zette de afdeling Kindergeneeskunde van het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam in oktober 2007 een poliklinisch spreekuur op voor integrative medicine (IM). Met deze vernieuwing speelde de afdeling in op de behoefte van ouders aan deskundig advies over aanvullende behandelingen. Daarnaast past het spreekuur bij de in 2003 ingezette, ziekenhuisbrede implementatie van de IMzorgvisie. Lees verder (PDF bestand)
Op 1 november jl. opende Astrid Noorden, dagvoorzitter, het jubileumsymposium 'De toekomst van de Natuurgeneeskunde' met een korte anekdote. Het wordt avond op de Nederlandse Antillen. Een oud Bonairiaans vrouwtje komt de hoek omstappen, zoethoutstokje in de linkermondhoek, kleurig African style hoofddoekje om en mompelt "Ata nos aki, allienda nos ta akie", “zie ons hier, wij zijn er nog steeds”. Alle hindernissen van de voorbije dag waren immers genomen en alle levenslessen ondergaan. Door: Joyce Vermeeren |
![]() Vlnr Ischa Scholtens, Cor Aakster, Ines von Rosenstiel |
Hiermee is een parallel te trekken naar de NWP. “De NWP bestaat nog steeds, de vereniging en het veld zijn er nog steeds. Wij gaan voor goud! De NWP bestaat nu 60 jaar, dus die 40 jaar voor wij koninklijk worden, zijn peanuts".
Kids Project Integrative Medicine
Toen Inès von Rosenstiel hoofd kindergeneeskunde werd in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam, begon zij geleidelijk aan integrative medicine (IM) in te voeren. Von Rosenstiel: "Met de anesthesisten is besproken op welke wijze de angstgevoelens van de kinderen in de operatiezaal verminderd kunnen worden. Er worden nu eerst visualisatieoefeningen gedaan met een begeleidende CD. De afdeling Oncologie is aangepast aan kinderen met vrolijke schilderingen, lichte en rustige kleuren en een speels interieur. Het bijzondere is dat ook de medewerkers zelf de nieuwe inrichting als aangenaam en rustgevend ervaren, een dubbele winst dus."
Daarnaast kunnen kinderen ook doorverwezen worden naar een extern netwerk van complementaire therapeuten, zoals Ischa Scholtens, NWP-therapeut. Na jarenlange ervaring als verpleegkundige en manager in diverse ziekenhuizen, begon zij na haar VUT een praktijk. Scholtens besprak enkele casussen, onder andere de 4-jarige Amira: slechte eter, te mager (13 kg), vaak verkouden, vermoeid en altijd pijn in de beentjes. Scholtens gaf voedings- en leefadviezen, schreef probiotica voor en een kindermultipreparaat. Na één maand was het gewicht toegenomen tot 14,5 kg en de pijn in de beentjes was helemaal verdwenen. Het publiek luisterde ademloos naar Von Rosenstiel en Scholtens. Eén van de deelnemers verwoordde het als volgt: "Ik krijg hier gewoon kippenvel van".
Verleden, heden en toekomst
Vervolgens gaf dr. Cor Aakster, medisch socioloog, door Astrid Noorden uitgeroepen tot "de godfather van de natuurgeneeskunde" een heldere lezing over de betekenis van natuurlijke geneeswijzen in verleden, heden en toekomst. Van de primitieve mens die met middelen in de directe omgeving verwondingen probeerde te genezen, naar de sjamaan die ziekte zag in een magisch-religieus denkwijze, tot de Griekse arts Hippocrates (400 vC) die met zijn theorie van de sappenleer, gezondheid en ziekte in een wetenschappelijk denkkader probeerde te plaatsen, al deze geneeswijzen hadden gemeen dat de aandacht voor de wisselwerking tussen mens en omgeving, voor lichaam en geest gehandhaafd bleef. Al snel, na de ontdekking van de celleer, ontstond de "moderne arts". De moderne geneeskunde werd steeds meer uitgekleed tot een orgaangerichte ziektebegrip. De zieke stond niet meer centraal maar de ziekte.
Internationaal is de belangstelling voor CAM groeiende. Ook komen er steeds meer onderzoeken naar de wetenschappelijke onderbouwing van CAM. Hoe komt het dan dat CAM en reguliere geneeskunde nog steeds niet samen gaan? Volgens Aakster is er nog steeds te veel onbekendheid met elkaars werkwijze. In debatten wordt geen wederzijds begrip gezocht maar worden juist verschillen aangescherpt. Het dogma van de evidenc based geneeskunde laat geen ruimte voor ervaringsgeneeskunde waardoor iedere discussie al snel gesloten wordt. De monopoliepositie van de reguliere geneeskunde schept ook "verplichtingen", namelijk het behouden van de eigen, unieke status. Maar ook het CAM-veld blijft soms liever in het eigen veilige circuit opereren. Daarnaast is er nog te weinig aandacht voor het toetsbaar maken van natuurgeneeskunde. Hoe kunnen CAM en reguliere geneeskunde in de toekomst samengaan? Het antwoord is: geen gescheiden circuits maar afstemming en samenwerking op zowel patiënt- als organisatieniveau. Dit vereist een goede en sterke veranderingsstrategie waarbij moed en doorzettingsvermogen onontbeerlijk zijn. Aakster: "Ga steeds door en laat je door niets uit het veld slaan!"
Professionele opleiding
Tedje van Asseldonk, bioloog, natuurgeneeskundige en zelfstandig onderzoeker, ging in op de vraag: hoe wordt een natuurgeneeskundige professioneel opgeleid?
Asseldonk nam als historisch voorbeeld het gilde van chirurgijns, ooit begonnen als barbieren. Uiteindelijk na verder gaande professionalisering, richtten de chirurgijns in 1790 het wetenschappelijk genootschap voor de heelkunde op. De praktisch opgeleide meesterchirurgijn werd door de patiënten vaak als bekwamer en wijzer gezien dan de universitaire dokter met een hoofd vol Latijnse formules en wazige theorieën.
Volgens Asseldonk leren we hieruit dat vakmensen zich altijd eerst moeten organiseren in beroepsgroepen waardoor kwaliteitscriteria ontwikkeld kunnen worden. Een krachtige beroepsvereniging blijft de concurrentie voor door voortdurende kwaliteitsverbetering. Pas als laatste zie je dat de overheid de reeds bestaande situatie fiatteert door bepaalde minimumeisen te stellen aan de opleidingen en komen er wettelijke regelingen voor de examens. Eerder niet!
Herstellen contact lichaam en geest
Conny Coppen begon 30 jaar geleden.met haar studie aan de Natuurgeneeskunde academie in Hilversum. Coppen: "Als je eenmaal op dit pad begint, houd je nooit meer op." In de vele studies die zij daarna nog volgde en in haar praktijk zocht zij antwoord op de vraag: wat is het zelfgenezend vermogen? Gaandeweg ontdekte zij dat het contact tussen lichaam en geest het belangrijkste fundament is. Indien het lichaam zich door negatieve ervaringen afsluit van zijn bewustzijn, kan dit leiden tot ziekte. Coppen besprak daarop een ontroerende casus over een man die als het ware zijn gevoelens in een harnas had opgeborgen om als kind te kunnen overleven en later als volwassene de diagnose psoriasis kreeg. In één sessie hielp Coppen hem om weer contact te krijgen met zijn gevoelens, met zijn "onderhuidse bewustzijn". Al masserende werd zijn huid steeds zachter en roser. Het lichaam was weer verbonden met zijn blauwdruk, met de energetische matrix die ten grondslag ligt aan iedere levende vorm en die de basis is van het zelfgenezend vermogen van ieder organisme.
Meten is weten
Wim Gelderblom sloot het symposium af met een lezing over de wenselijkheid en mogelijkheid van evidence bases CAM. Gelderblom, NWP-therapeut, werkt vanuit een multidisciplinaire benadering, waarbij hij zoveel mogelijk zijn handelen met wetenschappelijke argumenten onderbouwt. Daarnaast participeert hij in Integrative Diagnostics bv, waar hij samen met dr. Roel van Wijk, dr. Eduard van Wijk en dr. Jan Pieter van der Lugt reproduceerbare en controleerbare meetsystemen ontwikkelt. Volgens Gelderblom is evidence based medicine oorspronkelijk ontwikkeld voor de toetsing van nieuwe farmacologische producten. De gouden standaard werd toen ingevoerd, namelijk die van de randomized controlled trial (RCT). Voor complexe (natuurgeneeskundige) interventies zou de RCT te beperkt zijn. Op welke wijze kan CAM dan wel wetenschappelijk onderzocht worden? Door de ontwikkeling van methodologische modellen binnen een integrale context, gebruik makend van de bijzondere eigenschappen van beide benaderingen. Er moeten nieuwe manieren van meten bedacht worden, gebruik makend van de ontwikkelingen binnen de huidige ‘paradigm shift’, van het strikt ‘moleculaire’- naar het ‘informatie’-denken, baserend op de principes van 'reproduceerbaardheid' en 'controleerbaarheid'. Voorbeelden zijn de humane fotoscan en een meridiaan meetsysteem waaraan momenteel door Integrative Diagnostics gewerkt wordt.
Ruim 200 deelnemers waren in Soesterberg aanwezig om samen hun gemeenschappelijke geschiedenis van de natuurgeneeskunde én hun toekomst te vieren. De sprekers van die dag droegen allen op hun unieke wijze daaraan bij.
Alle lezingen zijn hieronder te downloaden als PDF bestand, klik op de link.
1. Lezing dr. Cor Aakster
2. Lezing drs. Tedje van Asseldonk
3. Drs. Tedje van Asseldonk curriculum vitae
4. Lezing en c.v. Conny Coppen
5. Lezing en c.v. Wim Gelderblom
6. Openingslezing drs. Astrid Noorden
7. Drs. Astrid Noorden curriculum vitae
8. Lezing en c.v. dr. Ines von Rosenstiel en Ischa Scholtens
| Voor de NWP, Nederlands oudste beroepsvereniging voor natuurgeneeskundig therapeuten, was 1 november 2008 een historische dag. Tijdens het 60-jarig jubileumsymposium overhandigde de voorzitter Ann Jurriëns onder grote belangstelling van de aanwezigen het door de NWP ontwikkelde Keurmerk voor Natuurgeneeskunde aan Hetty van Doorn, secretaris van de Infolijn Alternatieve Geneeswijzen. De Infolijn spant zich al twintig jaar in om consumenten een veilige en verstandige weg te wijzen in de niet reguliere gezondheidszorg. Hetty van Doorn wees het publiek erop dat de consumentenorganisaties reeds geruime tijd bezig zijn een keurmerk voor artsen te realiseren en zie hier, de NWP had hen ingehaald met een kant-en-klaar keurmerk voor hbo-therapeuten. | ![]() Ann Jurriëns, voorzitter NWP (links) overhandigt het Keurmerk aan Hetty van Doorn van de Infolijn A-G. |
Van kwaliteit naar keurmerk
Ann Jurriëns: " Met de overheid is vanaf het begin van de oprichting in 1948 structureel contact geweest om wettelijke erkenning te krijgen. Aangezien de overheid het beleid voert dat het beroepsveld zelf de waarborgen voor kwaliteit moet regelen, heeft de NWP in de loop der jaren een stringent kwaliteitsbeleid ontwikkeld dat nu resulteert in het NWP Keurmerk. Het keurmerk is een noviteit in de complementaire geneeskunde. Wij hebben de handschoen opgepakt. Dit keurmerk geeft het publiek de garantie dat de therapeut op minimaal hbo-niveau opgeleid is in zowel de regulier medische als natuurgeneeskundige vakken, dat hij werkt volgens vastgestelde richtlijnen en onder toezicht staat van een Klachten- en Tuchtrechtcommissie. Zo kunnen wantoestanden voorkomen worden." Hetty van Doorn nam met waardering het bord Keurmerk Natuurgeneeskunde in ontvangst. De Infolijn juicht het toe dat de NWP als eerste beroepsorganisatie een Keurmerk introduceert voor haar leden. Hiermee worden de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de aangesloten therapeuten gewaarborgd.
Zie voor meer informatie over de Infolijn: www.infolijn-ag.nl.
| We schrijven 1948, de tijd van de wederopbouw vlak na de oorlog. Een aantal natuurgeneeskundige therapeuten komt bij elkaar. Men is bezorgd. Geneeskunde mag alleen door artsen worden uitgevoerd. Maar inmiddels zijn al vele alternatieve behandelaars in Nederland werkzaam. Sommigen zijn goed opgeleid en werken volgens vastgestelde richtlijnen, anderen zijn regelrechte kwakzalvers. Hoe het kaf van het koren te scheiden? Na heftige discussie wordt een besluit genomen: de oprichting van een beroepsvereniging die garant moet staan voor goed opgeleide, betrouwbare therapeuten. De NWP, voluit Nederlandse Werkgroep van Praktizijns in de Natuurlijke geneeskunst, wordt geboren. | De NWP kent de volgende licenties: · Natuurgeneeskunde · Fytotherapie · Homeopathie · Acupunctuur · Shiatsutherapie · Magnetiseren |
De NWP was de eerste beroepsorganisatie in Nederland die tot doel had de natuurgeneeskunde een volwaardige plaats in de maatschappij te geven door een bestand te vormen van goed opgeleide therapeuten. Alleen therapeuten die voldeden aan strikte toelatingseisen, konden lid worden. Vanuit het niets werd door een aantal bevlogen therapeuten vele activiteiten in gang gezet. Enkele namen uit die tijd zijn: de heren N.Schreuder, K.T. van der Plaats en H.L. Bogaerds. Deze "NWP-mannen van het eerste uur" hebben veel werk verzet. Hun trouw aan de NWP was groot. Twee zoons van de heer Schreuder, Jeroen en Arie, zijn later eveneens therapeut en bestuurslid geworden van de NWP. De heer Bogaerds richtte in 1966 het bedrijf Bonusan op, die nu geleid wordt door zijn zoon Flip, lid van de NWP, en kleinzoon Rik. De heer Van der Plaats liet zich op latere leeftijd aan zijn ziektebed het NWP Nieuws voorlezen door zijn vrouw. Hij wilde geen enkel bericht over de NWP missen.
Professionalisering
Eind jaren vijftig startte de NWP een eigen opleiding in de natuurgeneeskunde waarbij ook nadrukkelijk aandacht was voor de regulier medische vakken. Tegelijkertijd werd het publiekstijdschrift 'Lichaam en Geest' uitgegeven naast het NWP Nieuws voor de aangesloten leden. De opleiding werd eind jaren zestig losgekoppeld van de beroepsvereniging en werd het Nederlands College voor Natuurgeneeskunde te Hilversum, nu de Academie voor Natuurgeneeskunde te Utrecht. De NWP groeide vooral door de instroom van de afgestudeerden van deze academie.
Wettelijke erkenning
| Maar het doel van de NWP strekte verder dan alleen het vormen van een bestand van goed opgeleide therapeuten. Men wilde ook wettelijke erkenning voor de natuurgeneeskunde. De NWP wendde zich met vele nota's en verzoekschriften tot de Staten-Generaal en de regering. Ook maakte de NWP deel uit van de staatscommissie Peters inzake onbevoegde uitoefening van de geneeskunst. Er werd een beroepscode ontwikkeld alsmede een tuchtreglement met instelling van een tuchtcollege. Alle leden ontvingen een handleiding met richtlijnen voor de praktijkvoering. In samenwerking met andere beroepsverenigingen en patiëntenorganisaties stond de NWP aan de wieg van de Klachtencommissie Alternatieve Behandelwijzen (KAB). In de loop der jaren werden de opleidingseisen steeds hoger. Naast de regulier medische en de natuurgeneeskundige vakken moest men ook vakken zoals farmacologie, gezondheidsrecht, ethiek, sociologie/culturele antropologie, methodologie en statistiek, en laboratoriumtechnieken met goed gevolg gedaan hebben om toegelaten te worden. Ook werd de nascholingsverplichting ingesteld alsmede de verplichting tot herregistratie. | De volgende academies voldoen aan de toelatingseisen van de NWP: · Hogeschool voor Natuurgeneeswijzen Arnhem · Hogeschool Natuurgeneeskunde Hippocrates in Bloemendaal · Academie voor Natuurgeneeskunde Hilversum, opleidingsplaats in Utrecht · Academie voor Natuurlijke Geneeswijzen Noord-Nederland in Meppel · Dutch Shiatsu Academy, opleidingsplaats in Baarn |
Er werden door het bestuur diverse commissies opgericht, onder andere de Onderwijscommissie, Zorgverzekeraarcommissie en Visitatiecommissie. In samenwerking met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO werd een Patiëntentevredenheidsonderzoek ontwikkeld. Dit onderzoek wordt een keer in de vier jaar gehouden onder de patiënten van de leden. De resultaten zijn zeer positief. Ook de jaarlijkse onderzoeken van de Consumentenbond naar de kwaliteit van beroepsorganisaties van complementaire/alternatieve behandelaars zijn keer op keer positief over de NWP.
Keurmerk
| Zestig jaar later is de NWP nog steeds volop in beweging. De aandacht begon zich steeds meer te richten op integratie met de reguliere geneeskunde. Zo werd in het kader van het 50-jarig bestaan van de NWP het boek 'Kuren naar kwaal' uitgegeven, tot stand gekomen in samenwerking met medisch specialisten. Regelmatig organiseert de NWP symposia over actuele onderwerpen waarbij zowel sprekers uit de reguliere als de complementaire geneeskunde uitgenodigd worden. Het 60-jarig bestaan van de NWP wordt op 1 november dit jaar groots gevierd met het symposium 'De toekomst van de natuurgeneeskunde'. Want dat er toekomst is voor de NWP en de natuurgeneeskunde, dat staat vast. Het is aan de beroepsgroep om deze toekomst mede vorm te geven en niet passief af te wachten wat de toekomst brengt. Dat de NWP wederom voorop loopt, blijkt uit het initiatief om een keurmerk te ontwikkelen. Naar verwachting zal de voorzitter van de NWP, Ann Jurriëns, het NWP keurmerk tijdens het symposium officieel overhandigen aan een vertegenwoordiger van een patiëntenorganisatie. |
![]() Ann Jurriëns, voorzitter NWP |
Het jarenlang gevoerde kwaliteitsbeleid zal dan eindelijk in een gecontroleerd keurmerk zichtbaar gemaakt worden voor de cliënt, zorgverzekeraars, overheid en overige beroepsgroepen in de gezondheidszorg. Dit is weer een flinke stap verder in de maatschappelijke erkenning van de natuurgeneeskunde.

De behandeling van een acute aanval van Herpes Zoster met behulp van de Traditionele Chinese Geneeskunde.
Download hier het gehele artiekel in PDF formaat, © Ria Trompert- Nauta, www.chinese-geneeswijze.nl
Doseren met kruiden en kruidenpreparaten
Een inleiding in het voorschijven
door Charles Wauters, apotheker te Pijnacker
In tegenstelling tot de osteopaat, de chiropractor of de acupuncturist past de fytotherapeut zijn behandeling niet toe in zijn praktijk, maar in de vorm van een medicament om door de patiënt thuis te worden ingenomen. De behandeling bestaat uit het voorschrijven van een recept. Dat impliceert dat een beslissing genomen moet worden over welk middel (of middelen) voor te schrijven en hoeveel van dat middel moet worden ingenomen. De fytotherapeut is in de gelukkige omstandigheid dat hij hetzelfde middel kan voorschrijven in een verscheidenheid van toedieningsvormen, waaronder infusies (= als thee bereid), decocties (= als soep bereid), hand-, voet- of lichaamsbaden, lotions, cremes, zetpillen, vloeibare en droge extracten, eventueel verwerkt tot capsules of tabletten. Bij het voorschrijven zijn er dan nog een aantal vrijheden : een enkelvoudig kruid, een mengsel van twee of meer kruiden, één keer per dag of twee of meerdere keren per dag, vóór of na het eten of tijdens het eten, enzovoort. De methode van toediening kan gebruikt worden ten gunste van de patiënt, maar het vereist ervaring, kennis en attentie om de juiste keuze te maken. In dit artikel komen een aantal overwegingen aan bod die van invloed kunnen zijn op het voorschrijfgedrag in bepaalde specifieke omstandigheden.
De gemiddelde dosering, maximum en minimum dosis
In vrijwel iedere materia medica of farmacopee wordt een doseringsinterval gegeven in plaats van een gefixeerde dosis. Bij voorbeeld voor Gentianae radix (long dan cao) staat in 'de Bensky' als dagdosering 3 - 9 gram. Dat wil zeggen dat de therapeut de keuze heeft om de patiënt 3 - 9 gram per dag te geven. Een factor 3 en dus een grote ruimte van voorschrijven. Om een dosering te bepalen moet het volgende in acht worden genomen :
Samenvattend kunnen we zeggen dat het vaststellen van de dosis geheel in handen is van de voorschrijver, maar gebaseerd moet zijn op gegronde overwegingen.
In onze moderne wereld schrijven we voor met gebruikmaking van vloeibare of droge extracten van (meestal) een vaste sterkte (= verhouding substantie/extract). De individueel aangegeven dagdosering uit de farmacopee wordt nog enkel gebruikt om de plaats binnen de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCG)-formule te bepalen (keizer, minister, enzovoort). Daar altijd gewerkt wordt met een veelheid van substanties in een formule is de dosering van het eindproduct aardig genivelleerd. Dat wil zeggen dat gewerkt kan worden met min of meer algemeen geldende doseringsintervallen in de trant van 3 x daags 1 tot 3 gram granulaat of 3 x daags 2 tot 8 ml tinctuur/hydrofiel concentraat en dergelijke. Toch ook dan is een goede overweging van bovenstaande ter vaststelling van het uiteindelijke doseringsadvies aan de patiënt van belang.
Het aantal giften per dag
Bij de beslissing om een patiënt één enkele dosis te geven of het middel meerdere keren per dag toe te dienen denken we bijvoorbeeld aan :
Zeer kleine hoeveelheden versus grote hoeveelheden : verandering (omdraaiïng) van het effect
Het is algemeen bekend in de fytotherapie dat er een kering in het effect kan optreden door of een hele kleine dosis dan wel een hele hoge dosis te gebruiken. Een zeer bekend voorbeeld is de rabarber. Rheum palmatum (da huang) is in hoge dosering een purgativum of drasticum en in normale dosering een laxativum, kan in lage dosering gebruikt worden als adstringens en kan ingezet worden bij (chronische) diarree. Afhankelijk van de relatieve dosering kan het voor vele doeleinden worden gebruikt, zelfs in te zetten als aperativum, stomachicum of digestivum (richt de energie immers naar beneden). De toepassingen in een context van een samenstelling zijn vele en degene die beweert dat een therapeut een diabeet vergiftigt met een samenstelling die rhabarber bevat, moet helemaal terug naar de eerste klas. Een ander bekend voorbeeld is valerianisme. Valeriaan wordt door vele therapeuten ingezet als sedatief en relaxerend middel. Soms ook als (inslaap-)middel. In normale dosering werkt dat meestal prima. Bij dubbele of drievoudige dosering echter raken mensen de draad kwijt, ze zijn rusteloos, kunnen zich nergens op concentreren, hebben hoofdpijn, zijn buitengewoon lichtgeraakt, enzovoort. Men moet altijd alert zijn op dit soort effecten bij mensen die zeer gevoelig zijn voor medicamenten, maar ook bij mensen die dat juist niet zijn en daarom de neiging hebben steeds hogere dosissen te nemen.
De factor tijd (chronofarmacie)
In het kader van dit artikel ga ik hier niet al te diep op in. Het zou een verhandeling van de orgaanklok vergen en dat gaat hier te ver. Uit farmacologische studies blijkt dat het uur van de toediening van een medicament van invloed kan zijn op de werking. Mensen die proberen zelfmoord te plegen met een mengsel van barbituraten en alcohol bijvoorbeeld merken vaak dat hun poging mislukt als het 's avonds of 's nachts plaatsvindt (en dat is de meest gebruikte tijd). Indien daarentegen de poging 's morgens plaatsvindt, dan is de mortaliteit ongeveer 30% hoger. Dit fenomeen wordt verklaard door het feit dat de metabole activiteit van de hersenen (dus ook het aantrekken van 'voedsel') het grootst is in de eerste uren na het ontwaken. Om die reden is het aan te raden om medicamenten die inwerken op het zenuwstelsel vroeg op de dag in te nemen. Zo kan het dus nuttig zijn om bij een lager effect dan verwacht te informeren naar de tijdstippen van inname en de orgaanklok te raadplegen.
Vóór of na de maaltijd
Vergelijkbaar met een (in-)slaapmiddel is het logisch om middelen die de maag moeten stimuleren een uur of minder vóór de maaltijd in te nemen. Zo ook is het logisch dat middelen toegepast in acute situaties beter vóór de maaltijd kunnen worden genomen. Aan de andere kant zijn er middelen die notoir het maagdarmtraject uitdagen terwijl we dat niet willen. Van bijvoorbeeld Zanthoxyli radix (liang mian zhen) is bekend dat het met name op de lage maag nausea of ongemak kan veroorzaken en kan dus beter na de maaltijd worden genuttigd. In het algemeen stellen we dat fytotherapeutica, met name als we spreken van een complex van meerdere ingrediënten, het best enige tijd voor de maaltijd kunnen worden genomen. Als echter een patiënt bij een effectieve dosis last heeft van maagklachten verschuiven we de inname naar tijdens of na de maaltijd.
Toxische dosering - maximale dosering
De meeste kruidengeneesmiddelen hebben een grote therapeutische breedte. Dat wil zeggen dat er een grote afstand is tussen de effectieve dosis en de toxische dosis. Rheum en Cassia zijn in (te) hoge dosis drastica die kunnen leiden tot bloederige diarree. Indien gebruikt voor constipatoire doeleinden kan men dit soort middelen dus beter laag inzetten en, indien niet effectief, langzaam verhogen tot effectief. Bij sommige planten moet erop gelet worden dat eventuele toxiciteit door speciale bereiding is weggehaald (Aconitum) of in de samenstelling wordt gecompenseerd. (Dit laatste is typerend voor de TCG, maar wordt door westerse autoriteiten niet als valabel argument aanvaardt.) Het kan ook zijn dat voor een bepaalde toepassing éénmalig een hoge dosis wordt toegepast, terwijl een dergelijke dosis in andere omstandigheden niet toelaatbaar is. Denk bijvoorbeeld aan anthelmintica (wormdrijvende middelen).
Combinaties
De kunst van het combineren van geneeskruiden is minder simpel dan het lijkt. In vele gevallen hebben we geen idee of de combinaties die we maken ook (even) effectief zullen zijn. De effectiviteit van een combinatie hangt immers niet alleen af van de actieve bestanddelen van het kruid, maar ook van andere, niet-actieve bestanddelen die niettemin kunnen interageren met de actieve bestanddelen van andere kruiden. Opname kan versneld of vertraagd worden. Zoiets kan ook met opzet gebeuren. We kunnen bijvoorbeeld bewust alkaloidhoudende kruiden combineren met tannine-houdende kruiden om de opname van de actieve componenten te vertragen. Vele kruiden hebben meerdere werkingen. Een veel gebruikte manier om een voorschrift te maken is dan ook het combineren van kruiden met een gemeenschappelijke eigenschap om op die manier de andere -op dat moment niet gewenste of terzake doende- eigenschappen te 'verdunnen'. Dat kan uitstekend werken, maar men moet rekening houden met het feit dat een kruid wel eens onder zijn effectieve dosis kan zakken. Dat doet zich voor als het uiteindelijke effect van kruiden hetzelfde zijn, bijvoorbeeld diureticum, maar de actie waardoor dat effect wordt bereikt anders wordt. Een combinatie maken om aan te grijpen op meerdere punten in het systeem tegelijkertijd kan nuttig zijn, als de werkingen elkaar niet in de weg zitten. Ook nuttig is natuurlijk om een relatieve toxiciteit of bijwerking door een aanvullend kruid te elimineren. Kortom, er zijn vele redenen om te combineren, maar er zijn ook valkuilen. Binnen de traditie hebben we gelukkig een grote reeks voorbeeldcombinaties van waaruit we kunnen vertrekken om een individuele prescriptie te maken.
De in de TCG gehanteerde technieken ter combinatie van kruiden of kruidenformules is redelijk vastgelegd en gedocumenteerd.
Er zijn zeven principes:
Opdelen van een voorschrift
Hoewel het aanlokkelijk is om voor een patiënt een voorschrift te maken waarmee alle problemen in één keer worden opgelost, is het toch soms de moeite waard om te kijken of het niet beter is voor de patiënt om een voorschrift op te splitsen. Overwegingen als de individuele dosering van een substantie, de tijd van inname, vóór of na de maaltijd, onverenigbaarheden en dergelijke kunnen goede argumenten zijn om zulks te doen. Ook kan het naar de patiënt toe verduidelijkend werken als hij weet dat het ene potje tegen jeuk aan de anus is en het andere potje tegen aversie tegen belasting betalen.
Standaardisering en kwaliteitscontrole
In tegenstelling tot wat vele mensen denken, is een tinctuur niet zomaar een alcoholisch extract van een medicinale plant (substantie). Een officinale (1) tinctuur, zoals gedefinieerd in bijvoorbeeld de europese farmacopee, is een alcoholisch extract verkregen door een proces van maceratie of percolatie en gebruikmakend van een vastgestelde hoeveelheid kruid van een welbepaalde conditie en een vastgestelde hoeveelheid van een alcohol/watermengsel van een specifieke sterkte. Er kunnen grote verschillen zijn tussen verschillende fabrikanten in kwaliteit en sterkte. Het is duidelijk van het grootste belang dat de preparaten altijd van een bepaalde sterkte zijn zodat er staat gemaakt kan worden op een bepaalde effectiviteit bij een bepaalde dosering van dat preparaat. Pas dan kun je met vertrouwen voorschrijven. Kwaliteit en sterkte moeten door de tijd van de ene batch naar de andere batch conform zijn. En ook wat betreft de veiligheid (onder andere afwezigheid van zware metalen, pesticiden en andere niet gewenste elementen) en de identiteit (zit er in het potje wat er op staat) moet de therapeut op zijn leverancier kunnen vertrouwen. Bovenstaande geldt natuurlijk niet alleen voor tincturen maar mutatis mutandis voor alle fytopreparaten.
Tot slot
Dit is een inleiding tot een groot en groots onderwerp en avontuur. Er zijn in de loop van de fytogeschiedenis diverse theorieën en opvattingen ontstaan omtrent dosering en toediening van fytopreparaten. De schrijver houdt zich dan ook aanbevolen voor suggesties, commentaar en aanvullingen op dit onderwerp.
(1) Officina = apotheek. Officinaal is dus een verwijzing naar wat des apotheeks is oftewel dat wat voldoet aan de normen die in een apotheek worden gesteld.
Dit artikel is met enige wijzigingen eerder gepubliceerd in Zhong Xin jg. 13, nr. 3, oktober 2005.